Een werknemer had al 3 opeenvolgende arbeidscontracten voor bepaalde tijd gehad en zou op basis van de ketenregeling een contract voor onbepaalde tijd moeten krijgen.

De werkgever kwam met een creatieve oplossing, teneinde de werknemer in dienst te kunnen houden, zonder voor lange tijd aan hem vast te zitten. Werkgever en werknemer sloten een contract voor onbepaalde tijd, maar tegelijkertijd spraken zij in een aparte vaststellingsovereenkomst af dat de arbeidscontract op een bepaalde datum met wederzijds goedvinden zal eindigen.

De Hoge Raad oordeelde dat de constructie niet is toegestaan. Weliswaar mag men in vaststellingsovereenkomsten afspraken opnemen die strijdig zijn met dwingend recht, maar dit mag alleen om een bestaand geschil te beëindigen. Daarvan was in dit geval geen sprake.